• Uitleggen wat witbalans is en hoe kleurtemperatuur werkt
• Verschillende witbalans-instellingen bewust toepassen
• Beoordelen hoe licht invloed heeft op kleur en sfeer
• Ideeën ontwikkelen voor een fotothema of -project
• Werken met inspiratie, brainstorm en moodboards
• Gericht toewerken naar een foto-expositie
In deze les verschuiven we langzaam van losse foto’s maken naar werken met een idee. We kijken naar kleur en licht (witbalans) én zetten de eerste stappen richting de foto-expositie.
Doel: Uitleggen wat witbalans is en hoe kleurtemperatuur werkt.
Het is je vast wel eens opgevallen: binnen ineens een gele gloed, of buiten een kille blauwe foto. Dat heeft te maken met kleurtemperatuur en hoe je camera daarmee omgaat.
Witbalans zorgt ervoor dat wit ook écht wit wordt en daarmee kloppen alle andere kleuren in je foto.
Kelvin uitgelegd
Witbalans wordt uitgedrukt in Kelvin (K):
• Lage Kelvin-waarde → warm/geel/rood licht
• Hoge Kelvin-waarde → koel/blauw licht
Onze ogen corrigeren dit automatisch. Een camera doet dat niet tenzij jij hem helpt.
Doel: Verschillende witbalans-instellingen bewust toepassen
Doet meestal prima zijn werk, maar kan zich vergissen bij lastig licht.
Geschikt voor buiten, maar elke dag is anders van kleur.
Maakt foto’s warmer. Fijn bij blauwe schaduwen.
Geeft zachte, warme kleuren. Ideaal voor herfst en natuurfotografie.
Corrigeert het geel/oranje van gloeilampen.
Maakt koel TL-licht iets warmer.
Corrigeert het koele licht van een flits.
Gebruik je met een grijskaart, wit vlak of ExpoDisc als je maximale controle wilt.
Automatische witbalans is handig, maar soms wil je zelf sturen.
Vraag jezelf af:
• Wil ik het licht neutraliseren?
• Of mag het juist warm of koel aanvoelen?
Witbalans is geen foutcorrectie, maar een creatief hulpmiddel.
We kijken samen naar de natuurfoto’s en foodfoto’s.
Let daarbij op:
• kleur en sfeer
• samenhang
• wat de foto oproept
Feedback helpt je scherper kijken niet om te oordelen, maar om te groeien.
Doel: Ideeën ontwikkelen voor een fotothema of -project.
Vanaf nu ga je niet zomaar foto’s maken, maar werken naar een verhaal en het thema is abstract.
Stel jezelf vragen als:
• Wat wil ik laten zien?
• Wat raakt mij?
• Welke sfeer past daarbij?
Je werkt binnen een thema en formuleert voor jezelf een duidelijke opdracht.
Inspiratie kan overal vandaan komen:
• eigen foto’s
• werk van anderen
• exposities
• tijdschriften
• fotoboeken
• documentaires
• gesprekken
• internet en Pinterest
Alles wat iets oproept, mag meedoen.
Brainstormen helpt om los te komen van ‘het moet goed zijn’.
Regels van brainstormen
Oefening
Na het verzamelen ga je kiezen.
Maak een dummy (notitieboek of schetsboek) waarin je:
• beelden plakt
• ideeën opschrijft
• schetsen maakt
Je kunt ook een moodboard maken om sfeer zichtbaar te maken.
Je past je ideeën net zolang aan tot ze uitvoerbaar zijn.
Alles wat je niet gebruikt, bewaar je. Dat is later weer inspiratie.
Je dummy groeit met je mee.
Een standbeeld staat stil — jij niet.
Opdracht
Reflectie
Schrijf een reflectie van ongeveer een half A4:
• techniek
• vormgeving
• inhoud
Lever de foto’s en het reflectieverslag digitaal in vóór 7 februari. En neem de uitgeprinte foto’s mee op 10 februari tijdens de les. Je krijgt dan feedback op de foto’s.
Volgende les
• neem je laptop mee met Lightroom
• eventueel een externe harde schijf
Volgende les: 10 februari 2026
We gaan verder met bewerken en verfijnen richting de expositie.

