• uitleggen wat het verschil is tussen beeldbewerking en beeldmanipulatie
• eenvoudige aanpassingen doen in Lightroom
• nadenken over jouw bijdrage aan de foto-expositie
• de belangrijkste elementen van portretfotografie benoemen
• verschillende lichtopstellingen herkennen
• een portretopdracht uitvoeren
1.1 Waarvoor je beeldbewerking kan gebruiken:
Wanneer een foto uit je camera komt, is het beeld niet altijd “af”.
Digitale bestanden hebben soms een kleine bewerking nodig.
Denk bijvoorbeeld aan:
• contrast iets verhogen
• kleuren iets corrigeren
• belichting aanpassen
• verscherpen van het beeld
Met kleine aanpassingen kan een foto vaak veel sterker worden.
1.2 Beeldbewerking versus beeldmanipulatie
Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen twee begrippen.
Beeldbewerking
Dit zijn kleine technische aanpassingen zoals:
• contrast verbeteren
• uitsnede aanpassen
• kleur of zwart-wit kiezen
• witbalans corrigeren
• verscherpen
Beeldmanipulatie
Hier verander je de inhoud van de foto.
Bijvoorbeeld:
• elementen toevoegen
• elementen verwijderen
• beelden combineren
In de journalistieke fotografie is beeldmanipulatie niet toegestaan.
1.3 Reflectievraag
Kijk eens naar je eigen foto’s. Welke bewerkingen gebruik jij het vaakst?
Binnen journalistieke fotografie bestaat de 1-minuutregel.
Het idee is simpel:
Als je langer dan één minuut aan een foto werkt, verander je mogelijk te veel.
Binnen die minuut kun je bijvoorbeeld:
Het doel van deze regel is de werkelijkheid zo eerlijk mogelijk weergeven.
Reflectievraag
Wanneer vind jij dat een foto te veel bewerkt is?
3.1 De module Ontwikkelen
In Lightroom werk je met verschillende modules.
De belangrijkste voor bewerking is Ontwikkelen.
Je kunt dit vergelijken met een digitale donkere kamer.
Hier kun je:
3.2 Synchroniseren
Een groot voordeel van Lightroom is dat je bewerkingen kunt synchroniseren.
Dit betekent dat je een bewerking op meerdere foto’s tegelijk toepast.
Bijvoorbeeld:
• dezelfde witbalans op een serie foto’s
• hetzelfde contrast
• dezelfde uitsnede
Dit bespaart veel tijd wanneer je met series werkt.
3.3 Voor en na bekijken
Met de toets Y kun je het verschil zien tussen:
• de originele foto
• de bewerkte foto
Zo kun je controleren of je bewerking het beeld echt sterker maakt.
3.4 Foto’s exporteren in Lightroom
Wanneer je klaar bent met bewerken, moet je de foto’s exporteren.
Lightroom schrijft namelijk nooit over het originele bestand heen.
Tijdens het exporteren kun je:
• een map kiezen
• de resolutie aanpassen
• het formaat veranderen
• foto’s verkleinen voor social media
Reflectievraag
Waar gebruik jij je foto’s het meest voor?
Op 6 juni 2026 sluiten we de fotocursus af met een foto-expositie.
Dit is een moment waarop jouw werk zichtbaar wordt voor anderen.
Sta alvast stil bij de vraag:
Welke foto’s wil ik laten zien?
Tekst bij de foto
Bij een expositie hoort vaak een korte tekst.
Dit kan bijvoorbeeld zijn:
• naam van de fotograaf
• titel van de foto
• korte beschrijving
Soms vertelt een titel al genoeg.
Portretfotografie draait om het vastleggen van een persoon.
Maar een goed portret maken vraagt om verschillende elementen die samenkomen.
Denk aan:
• licht
• locatie
• camera-instellingen
• achtergrond
• compositie
• techniek
• coaching van het model
Een goed portret is dus meer dan alleen een foto maken.
5.1 Regels en vrijheid
In fotografie bestaan veel regels.
Maar onthoud: Regels zijn richtlijnen.
Wanneer je de regels kent, kun je ze ook bewust doorbreken.
Uiteindelijk gaat het om de vraag: Wat vind jij zelf een mooi portret?
Voor portretfotografie worden vaak lenzen met een vaste brandpuntsafstand gebruikt.
Bijvoorbeeld:
• 50 mm
• 85 mm
Deze lenzen zijn vaak:
• lichtsterker
• scherper
• beter voor achtergrondonscherpte
Dat zorgt ervoor dat je onderwerp loskomt van de achtergrond.
7.1 Natuurlicht
Natuurlijk licht verandert voortdurend.
Het licht op je model verandert dus ook steeds.
Voordelen:
• natuurlijk effect
• zachte uitstraling
Nadelen:
• afhankelijk van het weer
• minder controle
7.2 Beschikbaar licht binnen
Binnen fotograferen we vaak met beschikbaar licht.
Dit kan zijn:
•lamplicht
• daglicht door een raam
• een combinatie van beide
Omdat dit licht vaak minder sterk is, moet je soms:
Zo blijft je foto goed belicht.
8.1 Eén lichtbron
De meest eenvoudige belichting.
Kenmerken:
Dit geeft vaak een natuurlijk portretlicht.
9.2 Twee lichtbronnen
Een tweede lichtbron kan helpen om:
Bijvoorbeeld:
.
Softbox
Een softbox geeft zacht licht.
Hoe groter de softbox, hoe zachter het licht.
Dit wordt veel gebruikt in portretstudio’s.
Snoot
Een snoot zorgt voor heel gericht licht.
Dit wordt vaak gebruikt voor:
Reflector
Een reflector geeft harder licht.
Het licht komt direct op het onderwerp.
Grid
Een grid zorgt ervoor dat licht niet naar de zijkanten verspreidt.
Zo kun je het licht gerichter gebruiken.
Ga aan de slag met portretfotografie.
Maak een portret van:
Let tijdens het fotograferen op:
Experimenteer en probeer verschillende lichtsituaties.
Op 11 april is er een masterclass portretfotografie.
Denk alvast na over deze vraag: Wat wil jij tijdens deze masterclass leren?

